Wie durft te luisteren, hoort meer

Wynold Verweij

Er is de anekdote over het gesprek van de Amerikaanse muzikante Pauline Oliveros met haar vriendin Ione. Ione zei: “Hoor jij soms ook geluiden die alleen maar in dromen bestaan?” Pauline dacht even na.  Ze keek haar aan en wist het toen zeker: zij was het. Ione was het helemaal. Ja, hopeloos verliefd, reddeloos verkocht. Deze, en veel andere anekdotes en verhalen staan in het boek Hoofd vol klanken van Annemarie Peeters (tekst) en Emilie Lauwers (beeld). Het boek bevat portretten van 16 componisten van hedendaagse klassieke muziek, geschreven voor iedereen die jeugdig is of zich jeugdig voelt. De auteurs hebben zich dan ook gericht op toegankelijkheid en kijkplezier.

De rode draad is een pleidooi voor onbevangen luisteren. Zoals Pauline Oliveros (1932-2016), die op haar negende een accordeon krijgt en leert luisteren naar de lage la, waardoor ze haar zachtmoedigheid ontdekt. Of die plek op een rots waar ze luistert naar de zon die opkomt, naar de bloemen die hun bladeren openvouwen. “Wie durft te luisteren kan zo ongelooflijk veel horen”, zegt ze. Oliveros beschrijft haar eerste ervaringen met een bandrecorder waarmee ze stadsgeluiden vanuit haar appartement in San Francisco opvangt. Ze constateert dat ze geluiden die ze eerst niet had gehoord vervolgens op de opname wel hoort. “Dat ligt niet aan mijn oren maar aan mijzelf”, verklaart ze. Kennelijk dwingt haar verwachtingspatroon wat ze “moet” horen. Horen en gehoord worden -als muzikant, als geliefde- liggen volgens haar dichter bij elkaar dan je op het eerste gehoor zou vermoeden.

c-Emilie Lauwers

De Amerikaanse componist John Cage (1912-1992) paart zijn respect voor omgevingsgeluiden aan zijn overtuiging dat volledige stilte niet bestaat. Dat is volgens hem voldoende reden dat een componist zich maar beter bescheiden zou opstellen. Peeters en Lauwers geven een sfeervolle presentatie van Cage’s klassieker 4’33”, waarin pianist David Tudor de toetsen van zijn instrument niet beroert en het publiek niet anders kan dan zich richten op geluiden uit de beboste omgeving bij het houten concertgebouwtje in upstate New York. Uniek aan deze compositie is niet zozeer het concept maar eerder de verbijsterde en soms woedende reacties van het publiek dat totaal verrast was. En juist omdat het verrassingseffect onmiddellijk na die première voor eens en voor altijd was verdwenen worden de uitvoeringen van 4’33” van vandaag (ook voor orkest) beschouwd als een onschuldig curiosum. We zijn er blijkbaar aan gewend.

c-Emilie Lauwers

De Ierse alleskunner Jennifer Walshe (°1974) wordt geportretteerd in een sprookje waarin haar grenzeloze fantasie inderdaad alle kanten opfladdert. Zij stelt zich bijvoorbeeld voor als een alchemist die haar trompet verandert in goud of zelfs in niets.  Dat komt overeen met haar standaardvraag “wat als…?”. Zij componeert in razende vaart, organiseert tentoonstellingen, runt een website, doceert compositie aan de universiteit van Oxford en doet van alles met haar stem. Er is niet veel dat Walshe niet doet. Maar haar stem is uiteindelijk haar handelsmerk, en niet alleen op het podium. Dat bleek toen we haar in 2023 interviewden voor de Darmstädter Ferienkurse: zelfs in een gewoon gesprek bij een kop thee klinkt haar Sprechstimme even expressief als nieuwjaarsvuurwerk.

Ook Galina Oestvolskaja (1917-2006) had een bijzondere verhouding met luisteren. Grofweg had zij de verplichting nota te nemen van de eisen die de Russische autoriteiten stelden aan componisten. Dat soort luisteren resulteerde in muziek bij propagandafilms en evenementen, dat wil zeggen optimistisch en laagdrempelig. Het tweede type  -luisteren naar zichzelf- kwam pas naar buiten zodra Petrograd weer Sint-Petersburg heette en het IJzeren Gordijn werd opgetrokken. Toen kwam de Oestvolskaja zoals wij die nu kennen aan de oppervlakte als de componist “met de hamer”, een rauwe doorleefde puurheid bestaande uit klankexplosies, dreunende klappen en lawines van akkoordclusters.

c- Emilie Lauwers

Oestvolskaja was tot de jaren 60/70 min of meer onbekend in het Westen. Maar componist/pianist Reinbert de Leeuw had haar in 1994 zover gekregen om haar levensverhaal voor de VPRO-televisie te vertellen. Als framing hebben de auteurs gekozen voor de manier waarop zij zich had kunnen voorbereiden op dat gesprek. Zij gaan ervan uit dat Oestvolskaja, wanneer zij in afwachting van de cameraploeg haar leven overdenkt, moet toegeven dat zij zich gedurende het grootste deel van haar leven alleen voelde. Alleen met haar muziek, alleen tegenover de autoriteiten, haar familie, haar leerlingen en vooral tegenover haar leraar en vermoedelijke minnaar Dmitri Dmitrievitsj (Sjostakovitsj). Haar ware gedaante als componist van rauwe en doorleefde puurheid wordt dan ook verklaard uit opgekropte frustratie die plotseling tot uitbarsting kwam.

Veel componisten blijken eenzaam te zijn geweest. Kaija Saariaho als vrouw in de masculiene Parijse muziekwereld, Karel Goeyvaerts in zijn vriendschap met Karlheinz Stockhausen, Meredith Monk tegenover haar schildpad, Louis Andriessen tegen zijn veel te brave collega’s, György Ligeti in zijn gedroomde land Kylwiria. De levenswandel van alle 16 beschreven componisten lijkt geen walk in the park geweest te zijn. Om gehoord te worden, hebben de meesten naar veel onzin moeten luisteren. Maar in alle gevallen bleek juist die zoektocht uit te monden in voldragen kunstenaarschap. Het boek laat zien dat schrijven over muziek heel goed mogelijk is zonder verminderde septiemakkoorden en omgevallen boekenkasten. Integendeel, muziek kan ook tot leven komen door pakkende verhalen, lachwekkende anekdotes en fraaie beelden.


Hoofd vol klanken

Verhalen uit de wereld van de muziek

Annemarie Peeters en Emilie Lauwers

Borgerhoff en Lamberigts / MATRIX

ISBN9789464987539   

224 p.


Featured image: Emilie Lauwers

Leave a Reply