Dat het Antwerp Symphony Orchestra (ASO) een bijzondere belangstelling heeft voor onontgonnen gebieden, is intussen wel bekend. Maar een happening organiseren rond het thema Eclips (zonsverduistering), afgelopen zaterdag, vereist lef. Klassieke componisten hebben zich weliswaar gretig laten inspireren door zon en maan, maar voor velen was zonsverduistering een stap te ver. Het dichtst in de buurt komt Georg Frideric Händel, die in zijn oratorium Samson (1743) een zonsverduistering gebruikt als metafoor voor de blindheid van de hoofdpersoon. Of Nicolai Rimsky-Korsakov, die in de opera De legende van de onzichtbare stad Kitesj (1907) dissonante koperblazers inzet bij een zonsverduistering. In de 20e en 21e eeuw hebben Charles Ives en John Adams het spel tussen licht en donker op muziek gezet. En de Deense componist Per Nørgård is met Eclipse (1982) een van de weinigen die de verschuivingen van de planeten weet te vangen in complexe ritmes. Daarmee hebben we het zo’n beetje gehad.
Totdat de programmatoren van het ASO zich ermee gingen bemoeien. In de ‘happening’ Eclips kozen zij voor een interdisciplinaire benadering, met de vraag: wat blijft er over als je een of meer essentiële elementen — zoals licht, tijd of melodie — weghaalt? Verrijkt of verarmt zo’n reductie de luisterervaring? En: kunnen luisteraars en musici elkaar inspireren?
Tijd kneden
In Time (three movements for orchestra) kneedt de Oostenrijkse componist Thomas Larcher (°1963) het begrip tijd zoals een bakker dat met deeg doet: rekken, bewerken, rusten, platslaan en modelleren. Het eerste, onstuimige deel suggereert dat de luisteraar zijn tijdsgevoel zelf moet vormgeven. Het orkest laat alle hoeken van de ritmiek zien en het staat je vrij om te volgen of aan de kant te blijven. In het tweede deel wordt de luisteraar aanvankelijk ontvangen in een klassiek toonlandschap. De dunne textuur biedt ruimte aan het klokkenspel om een gevoel van dorpse geborgenheid te creëren. Maar het duurt niet lang of een rollercoaster van gillende dissonanten verandert het dorpsplein in een racebaan naar nergens. Larcher laat licht en donker vrij met elkaar spelen, en met de tijd doet hij wat hij wil.
Licht en donker, maar dan in de Franse versie, spelen altijd de hoofdrol bij Claude Debussy.

In Jeux (1912-1913) liet het ASO ons ervaren dat licht in de Franse variant dichter bij lucht dan bij duisternis ligt. Hoewel het stuk oorspronkelijk als ballet is geschreven, was het een verrijking om nu alleen de muziek haar werk te laten doen. De twee harpen en de violen namen ons mee naar een rustig groen plekje in de Loirevallei, en de kopers zorgden later voor de danspassen, maar dan in de hoofden van de musici en de luisteraars.
Losse bravour
Een opvallende vorm van samenwerking tussen publiek en musicus was de interpretatie van Luciano Berio’s Sequenza III voor vrouwenstem (1965) door de Tsjechische mezzosopraan Bella Adamova. Vanaf het zijbalkon slingerde zij de ruim dertig stemmingsaanwijzingen (urgent, dreamy, ecstatic, gasping, etc.) met de losse bravour van een virtuoos de compleet verduisterde grote zaal in. Hikken, keffen, klakken, neuriën, spreken, ratelen en lachen varieerden tussen extreme fortissimo’s en microscopische pianissimo’s.

Haar klankkleur vond ter plekke het spectrum uit — niet omgekeerd. Het publiek, bestaande uit de zaalbezetting en het orkest, nam de verantwoordelijkheid op voor de stiltes tussen de fragmenten en was daardoor volledig betrokken. Haal ritme, melodie of harmonie weg uit de muziek en je houdt verdiepende klankkleur over. Die ingreep deed de luisterervaring verschuiven van passieve consumptie naar actieve medeplichtigheid.
Parsifal
Gevoeliger ligt de vraag wat er overblijft als je uit Wagners monumentale opera Parsifal de gezongen en gesproken delen weghaalt en de overgebleven orkeststukken samenbrengt. De gevoeligheid betreft vooral de mogelijke aantasting van het verhalende aspect van Wagners operawerken, de eventuele verarming van leidmotieven die zowel instrumentaal als vocaal worden ontwikkeld en, ten slotte, de beperking van de contrastwerking. De Brits-Russische componist en dirigent Andrew Gourlay (°1982) heeft niettemin een uitgekiende compilatie — hij noemt het een suite — van de orkeststukken uit Parsifal samengesteld, zonder zich te laten leiden door de chronologische volgorde. In plaats daarvan koos hij voor de dramatische ontwikkeling van de muziek. Zijn orkestratie blinkt weliswaar uit door licht en helderheid, maar ik miste het mysterie en de onvervuldheid die zich in Parsifal steeds manifesteren.
The Blue Hour
Tot slot brachten een kamerbezetting van het ASO en mezzo Bella Adamova het middernachtconcert The Blue Hour (2017). Het is een gezamenlijke compositie van Rachel Grimes, Angélica Negrón, Shara Nova, Caroline Shaw en Sarah Kirkland Snider, op fragmenten uit Carolyn Forché’s epische gedicht On Earth. De liedcyclus volgt de reis van een vrouw door de ruimte tussen leven en dood aan de hand van duizenden hallucinatoire en niet-lineaire beelden. Het concert werd gespeeld in de classicistische Darwin-zaal, met een skelet van een baleinwalvis aan het plafond. Het publiek kon zich verspreiden, er waren kussens en matrasjes. Het risico van dit soort gezamenlijke projecten is dat het eindresultaat vaak als los zand aan elkaar hangt. Maar al na twee minuten bleken de fragmenten naadloos in elkaar over te gaan. De reden is waarschijnlijk dat de componisten elkaars werk goed kennen en een vorm van muzikaal zusterschap hebben ontwikkeld. Angélica Negrón vertelde na afloop dat ze ideeën deelden via Dropbox en dat anderen daarin weer inspiratie vonden voor een van hun eigen stukken. Het ASO had er zichtbaar plezier in en stond onder leiding van een wervelende concertmeester Lisanne Soeterbroek. Bella Adamova (mezzo) schitterde met haar expressie en charisma in alle registers. Aan het einde wordt ze in We are as paper (Shara Nova) voortgestuwd door tokkelende snaren en dromerige strijkbewegingen. De contrabassisten neurieën mee. De woorden spreken over fragmentarisch licht en het “natte papier van ons vlees”, vluchtige beelden die eindigen met een vraag: “Why do I seem no longer alive?” De compositie eindigt in een langzaam wegstervende canon, instrumentaal en vocaal, door de musici en ja, ook door sommige luisteraars.
WAT: ECLIPS
Avondconcert met werken van Thomas Larcher, Claude Debussy, Luciano Berio en Richard Wagner (arr. Andrez Gourlay)
Middernachtconcert met The Blue Hour, een gezamenlijke compositie van Rachel Grimes, Angélica Negrón, Shara Nova, Caroline Shaw en Sarah Kirkland Snider
WIE: Antwerp Symphony Orchestra; Pierre Bleuse (dir.); Bella Adamova (mezzosopraan); Antoine Goldschmidt (lichtontwerp)
WAAR: Koningin Elisabethzaal, Antwerpen
GEZIEN: 28 maart 2026
FOTO’S: Antwerp Symphony & Sebastiaan Franco