Boem! Paukeslag! Jiaxin Min! Daar is ze dan, mijn favoriet voor de eerste prijs van de Koningin Elisabethwedstrijd. Als een van de weinige pianisten bleek zij in staat boven de partituren van de twee gespeelde werken uit te stijgen. Achter de haardos die zo nu en dan haar gezicht volledig bedekte ging een muzikant schuil die voor zichzelf had besloten dat componisten zich verhouden als de lijst ten opzichte van een schilderij. Componisten moeten zich niet opdringen. In haar interpretatie van het verplichte werk van Kris Defoort gaf Jiaxin zich over aan liefdevolle en zorgvuldige pulsaties waarbij zij de luisteraar zorgzaam bij de hand nam. In het tweede deel nam zij de moeite om de clusters te ontwapenen door ze met de vingers en niet met vuisten of onderarmen te spelen. De piano werd daardoor een percussie-instrument, maar dan gestemd. Dat was opvallend omdat haar handen relatief klein zijn, maar tegelijk krachtig en beweeglijk. Zij maken microscopische precisie mogelijk. Ook liet zij zien dat de piano in feite een dubbelrol kan spelen als tweede orkest. Jiaxin speelde onbekommerd mee met de marimba en ging in samenspraak met de hout- en koperblazers. Als vanzelf nam zij zo nu en dan de directie over van Kazushi Ono. Haar uitvoering van Sergey Prokofjef’s 3e pianoconcerto was een rollercoaster van stuivende ritmiek, afgewisseld met langzame delen die eerder getuigden van nieuwsgierigheid dan melancholie. Zij deed eer aan de reputatie dat dit concerto de vrolijkste is van de vijf die Prokofjef heeft geschreven. Jiaxin’s bochtenwerk tussen motieven was haarscherp en toch elegant. Zij speelde dit concerto zoals het moet: zelfverzekerd en lekker brutaal.
(Foto: Thomas Léonard)
Jiaxin Min zou de verdiende winnares geweest zijn. Jammer dat ze zelfs niet in de top 6 terechtkwam.