Wynold Verweij




Tan Dun
Buddha Passion is een groots, monumentaal werk met overweldigende koren, forse orkestratie, diverse percussionisten, vocale solisten, lokale zangers en traditionele Chinese instrumenten, zoals het zeldzame Dunhunag xiqin strijkinstrument. Het is een oratorium met weliswaar een boeddhistisch in plaats van een christelijk verhaal, maar geconcipieerd op zowel de koralen van Bach als de mystiek uit het oosten. Componist Tan Dun beoogt met Buddha Passion om oost en west in harmonie te brengen. Geïnspireerd op grotschilderingen in Dunhuang vertelt de compositie de avonturen van een speels prinsje dat verlichting vindt en Boeddha wordt, om uiteindelijk het Nirvana te bereiken. Uitgebreide percussie, waaronder Tibetaanse klankschalen, Chinese bekkens, waterbekkens en stenen voorzien in couleur locale. De westers klinkende orkestratie leidt gelukkig niet tot een hoekige confrontatie maar vermengt zich soepel met oosterse bescheidenheid. Het libretto is samengesteld in het Chinees, Engels en Sanskriet.
In de jaren ’60 was Tan Dun een jongetje dat door de velden van het afgelegen Hunan in China rende, maar tegenwoordig woont en werkt hij in New York. Tan Dun heeft de muziek geschreven voor de film Crouching Tiger, Hidden Dragon, maar ook voor wereldwijde evenementen zoals de hereniging van Hong Kong met China en de Olympische Spelen in Beijing. Tan Dun dirigeert de opname (Shanghai, 2019) zelf. Het boekje bij de CD is smaakvol vormgeven, alle teksten zijn zowel in Engels als Mandarijn afgedrukt.
Tan Dun is er met Buddha Passion in geslaagd een overtuigende fusie van stijlen tot stand te brengen. Ritmes, zangstijlen en texturen worden met gevoel en raffinement uitgewisseld en monden daardoor uit in een rijk gestoffeerde sonoriteit. Hier is sprake van wereldmuziek in de letterlijke zin van het woord.

Buddha Passion
Orchestre National de Lyon and International Choir Academy Lübeck
Tan Dun (dirigent)
Decca Classics, available stream/download — 01:39:54
Deze recensie is eerder verschenen in Luister nr. 775,
Ein Deutsches Barockrequiem
Het gelauwerde Belgische vocaal ensemble Vox Luminis heeft met een nieuwe CD Ein Deutsches Barockrequiem laten zien dat het risico niet uit de weg gaat. Zij heeft het aangedurfd de spotlight te zetten op negen 17e -eeuwse barokcomponisten die gemeen hebben dat zij altijd in de schaduw van grootheden als Bach en Telemann hebben moeten werken. En de impliciete verwijzing naar Brahms’ Ein deutsches Requiem lokt gewenste en ongewenste vergelijkingen uit. Daar komt bij dat de keuze van curator Jérôme Lejeune niet uitging naar een overzicht van klassieke treurzang voor overledenen, maar gestalte wilde geven aan de viering van de overgang naar een beter leven. De nadruk ligt op troost en aanvaarding van de dood. Lionel Meunier en Vox Luminis zijn op zoek gegaan naar teksten die vergelijkbaar of hetzelfde zijn als de teksten die Brahms ongeveer tweehonderd jaar later gebruikte, en het resultaat is een goed opgebouwde reeks motetten en psalmen.
Op het gebied van helderheid van hun sonoriteit heeft Vox Luminis een reputatie te verliezen. Bovendien zijn de zangers en het orgel, bespeeld door Bart Jacobs, haarfijn op elkaar afgestemd. Dit komt goed tot uiting in Ich will schweigen van Schein. In andere stukken valt de genuanceerde instrumentatie van de strijkers op, zoals in het monumentale Selig sind die Toten van Förtsch.

Vox Luminis
Lionel Meunier, artistieke leiding
Ricercar RIC445 — DDD 78’58”
Deze recensie is eerder verschenen in Luister nr. 775
András Hamary
De 24 Préludes voor piano van de Hongaarse componist András Hamary (°1950) laten zien hoezeer hedendaagse klassieke muziek is geworteld in het verleden. Bij beluistering komen voortdurend verwijzingen naar Chopin, Scriabin of Debussy om de hoek kijken, met Olivier Messiaen binnen handbereik. Deze relaties komen meteen tot uiting met Präambel waarin neo-klassiek en een scheut symboliek de hoofdrol spelen. Het langzame eerste deel gaat naadloos over in een waaier van glissandi die uiteindelijk de gehele kwintencirkel bestrijken. Virtuoos is het vierde stuk, Terramoto, dat opgewekt ritmisch begint en vervolgens veel drukte veroorzaakt in de lage registers. De Duitse pianist Markus Bellheim (°1973) haalt een bewonderenswaardige portie vakmanschap uit de kast, met name in de lage registers. El milagro secreto is een rijk gestoffeerd werk, vol enthousiaste uithalen na gedragen lento motieven. Hier en daar komen jazzy elementen aan bod, en toch blijft de traditionele rondovorm overeind. Repetitief snelvuur is te horen in Csillagszóró (magische kaars), met melodisch stijgende en dalende ellipsen. Chopin heeft duidelijk meegeschreven in Ritornello, waarin de grave-lento start snel overgaat in een rollercoaster van glissandi. En zelfs is het mogelijk om muzikaal mee te genieten van een ontmoeting tussen Paganini en Gershwin op 5th Avenue in New York. Zo te horen konden zij het goed met elkaar vinden.

24 Préludes voor piano
Markus Belheim (piano)
NEOS 12305 – DDD 75’47’’ plus bonus DVD
Deze recensie verscheen eerder in Luister nr. 774
Olivier Messiaen
De Franse componist Olivier Messiaen (1908-1992) liet zich leiden door diepe religiositeit en respect voor de natuur. Ritme beschouwde hij als het belangrijkste structurerend element van muziek. En dan liefst “echte” ritmen, die van de natuur, van vrije en ongelijke duur. Ziedaar de uitdaging die de Brusselse pianiste Cassandre Marfin (°1993) heeft opgepakt. In de cyclus Vingt regards sur l’Enfant Jésus vliegt zij erin met Regard du Père, waarin plechtigheid en piëteit enigszins worden overvleugeld door de vele fortissimos. Haar sterkte komt beter tot zijn recht in Regard du silence waar zij compacte arpeggio’s energiek afwisselt met volle akkoorden en glinsterende glissandi. Perfectie in evenwicht bereikt zij in Première communion de la Vierge, waar verstilling en blije energie elkaar versterken.
Messiaen maakte lange wandelingen in de streek van de Aube, waarbij hij zorgvuldig vogelgeluiden noteerde die hij later thuis transponeerde naar bruikbare muziek. Bij Catalogue d’oiseaux komt het talent van Marfin tot volledige ontplooiing. In Le courlis cendré speelt zij de glissandi strak en toch soepel. Gevechten met tikkende snavels worden muzikaal vertaald in grote octaafsprongen die scherp zijn aangesneden. Gelukkig houdt zij de dynamiek binnen de perken waardoor de nuances behouden blijven. La buse variable krijgt het statige tempo die het stuk verdient. Marfins punctuele aanslag zorgen voor de juiste belichting.

Vingt regards sur l’Enfant Jésus – Catalogue d’oiseaux
Cassandre Marfin (Piano)
SND 21017 – DDD 63’16’’
Deze recensie is eerder verschenen in Luister nr. 774
Such interesting reading. Thank you.