Julius Eastman: minimalist met maximale uitstraling

door Wynold Verweij

Het is moeilijk voor te stellen dat de zwarte man op de foto, die blijkbaar op het punt staat drag queen Bill Paradise in een wasautomaat te duwen, in de jaren ’70 tot de muzikale hofhouding van de Newyorkse avant-garde behoorde. De man is Julius Eastman (1940 – 1990) – pianist, performer, componist en een natuurlijke warme bariton. Op 19 en 20 januari wijdt De Singel in Antwerpen een hommage aan Eastman, die de laatste tien jaar een gestage wederopstanding kent.

Hij studeerde aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia, werkte samen met halfgoden als Pierre Boulez, Meredith Monk en Zubin Mehta en gaf les aan de Universiteit van Buffalo (staat New York). Maar in de jaren ’80, nadat hij was teruggekeerd naar New York City, belandde hij in een spiraal van onvoorspelbaar gedrag met verslaving aan drank en drugs. In de barre winter van 1981-82 werd hij wegens huurachterstand uit zijn appartement in Greenwich Village gezet waarbij de politie zijn inboedel, inclusief partituren en opnamen, op straat kieperde. Hij overleed eind mei 1990 in Buffalo, 49 jaar oud, dakloos en alleen. Het duurde acht maanden voordat een necrologie verscheen in The Village Voice.

En het moet gezegd – om als zwarte homosexuele man zijn weg te vinden in de witte, mannelijke en vooral westers georiënteerde scene van die tijd was geen walk in the park. Achteraf hoeft het dan ook niet te verbazen dat hij de toonaangevende minimalistische componisten van die tijd zoals Steve Reich, Philip Glass, John Cage en Morton Feldman (die ook aan Buffalo was verbonden) de oren wilde wassen. Eastman stelde zich ten doel “…to be what I am to the fullest: Black to the fullest, a musician to the fullest, and a homosexual to the fullest.” Hij wilde provoceren en discussies uitlokken. Niet alleen ongebruikelijke orkestraties (sneeuwbellen) of gekmakende ostinato’s maar vooral de titels van zijn grote hits deden het opruiende werk: Crazy Nigger, Dirty Nigger, Evil Nigger, Nigger Faggot, Gay Guerilla. Naar eigen zeggen gebruikte hij deze titels om zichzelf te “verpakken” in stereotypen en daardoor een discussie uit te lokken over racisme en homofobie. De tijden zijn weliswaar veranderd maar niet in de richting die Eastman waarschijnlijk voor ogen had: het programmaboek van De Singel heeft het voor alle veiligheid toch maar over Evil*****, vermoedelijk uit vrees dat de oorspronkelijke titel anno 2024 aanstootgevend zou kunnen overkomen.

Creative Associates

De samenstelling van het programma is in handen van pianist Daan Vandewalle, ondermeer bekend om zijn minimalistische repertoire. Hij heeft Eastman nooit persoonlijk ontmoet maar treedt veel op met twee musici die nauw met Eastman hebben samengewerkt: de Tsjechische fluitist en componist Petr Kotik en de Amerikaanse pianist Joe Kubera. Hun band met Eastman kreeg gestalte in het S.E.M. Ensemble, in 1970. Vandewalle: “Ik ken het S.E.M Ensemble heel goed, ik heb veel projecten met hen gedaan. Petr Kotik, oprichter van het ensemble, is een hele goede vriend van mij geworden. Kotik nam in Buffalo deel aan een uitzonderlijk programma dat tot doel had artiesten van over de hele wereld met elkaar te verbinden. Zij konden aan de Universiteit van Buffalo resideren in het programma Creative Associates. Ze werden ervoor betaald, zelfs zonder de verplichting om daar ook les te geven. Ik geloof dat een aantal fondsen er samen 6 miljoen dollar in stopte om die mensen bij elkaar te brengen, eten te geven, te huisvesten. Het S.E.M. Ensemble werd een soort vehikel voor het uitvoeren van eigen werk. Maar niet alleen dat eigen werk was belangrijk. S.E.M. wilde ook iets nieuws brengen, een aantal stappen verder gaan dan wat toenmalige grootheden als Morton Feldman, Steve Reich en John Cage deden. Zij wilden de esthetiek van het minimalisme op de schop nemen”.

Petr Kotik, Joe Kubera en Daan Vandewalle werd een vriendenclubje dat elkaar sowieso elke twee jaar ontmoet op de Biënnale voor nieuwe muziek in het Tsjechische Ostrava. En dan nu ook weer in De Singel.

Vandewalle: “Joe Kubera heeft Eastman onder zijn hoede genomen toen de laatste in 1976 van Buffalo naar New York verhuisde. Joe heeft de stukken die Eastman voor vier piano’s schreef in première gebracht (Crazy Nigger, Gay Guerilla, Evil Nigger – WV). We gaan in De Singel enkele van die 4-pianostukken spelen en Joe neemt zijn aantekeningen uit die tijd mee zodat hij aan de jongere pianisten kan uitleggen wat Julius Eastman eigenlijk bedoelde. In dat verband vind ik het mooi dat ik die twee vrienden van mij samenbreng met pianisten die soms 40 jaar jonger zijn. Het is prachtig om Joe met hen (Djuwa Mroivilli en Emi See – WV) te zien samenspelen en ook goed om te zien dat tradities verderlopen”.

Emi See
Djuwa Mroivilli

Tijdgeest

Over de wederopstanding van Eastman zegt Vandewalle dat die volledig past in de huidige tijdgeest. “Zijn werk is actueler geworden binnen het huidige politieke klimaat”, zegt Vandewalle. “Als je Gay Guerilla afzet tegen de repetitieve muziek van John Cage en Philip Glass of zelfs van Frederic Rzewski en Petr Kotik, dan komt daar ineens Julius Eastman, iemand uit de African-American community, doodgemoedereerd binnenstappen in het blanke mannelijke wereldje in Buffalo – dan was dat wel heel speciaal. En als je dat verbindt met zijn tragische einde in New York City – dakloos, volledig aan de grond, van alles & iedereen verlaten, dan is het begrijpelijk dat hij met hele sterke en opzwepende muziek een evenwicht zocht. Een evenwicht tussen allerlei soorten ruzies en meningsverschillen waarin we zoeken naar hoe we omgaan met de ander – het heeft iets van een tragische Hollywoodfilm. Dat was zijn perspectief.”

Verder wordt met spanning uitgekeken naar de het werk van de videokunstenaars in Collectif Faire-Part. Zij werken in Brussel en Kinshasa staan bekend om hun soms kolderieke verbindingen tussen beeldende kunst en het dagelijks leven. Vergelijkbaar met de Fluxus-beweging van de jaren zestig – “Concert voor belegde broodjes” in het Scheveningse Kurhaus, 1964 – tonen zij het leven op een markt in Kinshasa waar gebruikte condooms worden aangeboden of registraties van malle verkleedpartijen. Vandewalle: “Met de video’s proberen we een andere invulling te geven aan de vraag hoe wij omgaan met het andere. Zij voegen daarmee een dimensie toe aan Eastman’s esthetiek. De diverse videokunstenaars zijn volledig vrijgelaten. Ook ik ben heel benieuwd wat het wordt.”

Het concert wordt afgesloten met Our Father, gezet op een liturgische tekst voor twee stemmen. Vandewalle: “Het was Petr’s suggestie om de zangers te laten beslissen hoe ze het doen. Want dat is de essentie van Eastman’s esthetiek. Werken met open partituren die de musici invullen op de manier zoals zij dat willen. Just do it. Dat wordt een moment van verstilling, van devotie – einde van het concert.”

  • WAT:          Joy Boy, a tribute to Julius Eastman
  • WIE:           S.E.M. Ensemble / Collectif Faire-Part
  • WAAR :       De Singel, Antwerpen
  • DATUM :     vrijdag 19 en zaterdag 20 januari 2024
  • FOTO’S:      Donald W. Burkhardt, Marbeth, Matt Herring, The New Yorker, Christine Rusiniak, Ronan Whittern, Wynold Verweij
  • TICKETS:    desingel.be

Leave a Reply