Machaut en Kurtág lijken twee handen op één buik

Dat de Franse componist Guillaume de Machaut zijn Messe de Nostre Dame omstreeks 1360 componeerde ter nagedachtenis van zichzelf, was niet bepaald een gebaar van bescheidenheid. Maar dat zijn levenswerk gespiegeld zou worden aan de Hongaarse componist György Kurtág (°1926) was tot voor kort ondenkbaar. Toch is dat is precies wat het vocaal ensemble Graindelavoix en pianist Jan Michiels hebben gedaan. En zij bleken in staat om de steenkoude Sint-Geertruikerk (°1220) in Leuven te verwarmen.

Door Wynold Verweij

Epitaphs of Afterwardsness (‘Grafschriften voor achterafheid’) is de titel van het concert – niet vrij van jargon en wat hoekig. Hij refereert aan het vluchtige karakter van muziek die haar betekenis pas kan tonen als de luisteraar in staat wordt gesteld om terug te blikken naar de verstreken tijd. En vanuit dat perspectief begon pianist Jan Michiels met een rustig ademende interpretatie van Kurtág’s Blumen die Mensche, nur Blume, een ode aan de vergankelijkheid, gespeeld op een gedempte buffetpiano die daardoor vol en toch kalmerend klonk. Michiels’ opening bleek de ideale opstap voor Kyrie 1-2 uit Messe de Nostre Dame, gezongen door zeven stemmen van Graindelavoix, dirigent Björn Schmelzer meegerekend. Contratenor Andrew Hallock en sopraan Florencia Menconi namen soms even het voortouw, als was het maar om de overgang van en naar Kurtág zo natuurlijk mogelijk te laten verlopen. De samenstellers zijn erin geslaagd om de aard van het Kyrie als klaagzang vol zondebesef zorgvuldig af te stemmen met de stukken van Kurtág. Zozeer, dat de indruk zou kunnen ontstaan dat hij en Machaut samen aan het stuk hebben gewerkt.

Rond de misdelen die referen aan uitzicht op hoop en verlossing, bijvoorbeeld Sanctus en Ite Missa, werd ruimte gemaakt voor andere componisten zoals Johann Walter (Christ lag in Todesbanden) en György Ligeti. Van deze laatste liet Jan Michiels het overdonderende L’Escalier du diable horen, waarin hij speelde alsof hij in het trappenhuis van M.C. Escher in paniek heen en weer rende, op zoek naar een uitgang. Michiels speelde op zowel een buffetpiano als een vleugelpiano. Waarom? Michiels: “De buffetpiano met supersordino is Kurtágs lievelingsinstrument – intieme gebalde expressie wat in ons programma contrasteert met de Ligeti-fresco’s op de monumentale concertvleugel.”

De kers op de taart was Brahms’ pianobewerking van het laatste deel van Bach’s vioolpartita Chaconne – voor de linkerhand. Michiels wisselde de harmonische progressie in de statige motieven af met duizelingwekkende loopjes over de breedte van het klavier – een staal(tje) van adembenemende virtuositeit. Voeg daarbij zangers die vocalise langs de galerijen schreden en de magie was compleet. Het midden van de kerk was gedurende het concert slechts verlicht door drie ouderwetse gloeilampen. Meer was niet nodig om de zielen van de luisteraars te verwarmen en te verlichten.

WAT: Epitaphs of Afterwardsness

WIE: Graindelavoix en Jan Michiels (buffet- en vleugelpiano)

WAAR: Festival 20.21, Sint-Geertruikerk, Leuven

DATUM: 30 september 2024

FOTO’S: Cyrille Voirol

Leave a Reply