Door Wynold Verweij



,
Olivier Messiaen – Tristan Murail
Toen dit kwartet op 15 januari 1941 voor 5.000 krijgsgevangenen van het kamp Stalag VIIIa (Görlitz) in première ging kon niemand vermoeden dat het stuk zou gaan behoren tot de canon van de 20e-eeuwse klassieke muziek. Ondanks de bittere kou, de ontstemde piano, de cello met maar drie snaren en een lekkende klarinet bleek de boodschap van de engel die het einde der tijden en de komst van het paradijs aankondigt sterker dan de ontberingen.
Het Belgische kamermuziekensemble Het Collectief laat op deze CD zien hoezeer hoop en wanhoop, spiritualiteit en sensualiteit, doorgevoerd detaillisme en genadeloze fortissimo’s uit dezelfde familie komen. In het derde deel, Abîme des oiseaux, streelt klarinettist Julien Hervé glanzend engelenhaar, laat hij vogeltjes kwetteren en geeft hij de lage registers een behaaglijke warmte. Cellist Martijn Vink speelt Louange à l’Éternité de Jésus met veel vibrato – iets minder had nog meer nuance opgeleverd. De tweede Louange (slot) voor viool en piano is prachtig in balans, met een rijke sonoriteit en een schitterend pianississimo dat de tijdloosheid verklankt.
Een vondst is het kwartet Stalag VIIIa van Messiaens leerling Tristan Murail (°1947). Het stuk is spectraal georganiseerd – klankkleur maakt de dienst uit. Het resultaat is een ontwikkeling van ijzig aanvoelende akkoorden, een passende prelude van Messiaens klassieker.

MESSIAEN – MURAIL
Quatuor pour la fin du temps – Stalag VIIIa
Het Collectief
Alpha 1048 60’53
Deze recensie verscheen eerder in Luister no. 778
Gian Francesco Malipiero
Gian Francesco Malipiero (1882 – 1973) schreef zijn acht strijkkwartetten in een periode van maar liefst 44 jaar en zij tonen een opvallende stilistische ontwikkeling. Kenmerkend zijn een atletische conceptie en een organisatie zich ver houdt van de klassieke sonatestructuur. In de plaats daarvan koos hij voor aaneenschakeling van karakterstukken die met theatrale episodes in balans worden gehouden.
Het eerste kwartet, Rispetti e strambotti, gecomponeerd in 1920, wordt gekleurd door zowel impressionisme als folklorisme. Het is opgedeeld in drie panelen die door stiltes van elkaar worden gescheiden. Het tweede kwartet Stornelli e ballate (1923) is een vervolg op het eerste, maar is meer samengebald en lyrischer. Het vijfde kwartet Dei capricci werd in oorlogstijd (1940) gelijktijdig geschreven met een operaproject en dat is hoorbaar aan de choreografische en figuratieve helderheid in de muziek. Emotioneel krachtvoer vindt de luisteraar in het 7e kwartet, waarin gespierde texturen en gedisciplineerde sonoriteit samenkomen in soepele lyriek.
Malipiero was een tijdgenoot van Stravinsky maar stond, zoals velen, in zijn schaduw. Binnen een omvangrijk oeuvre nemen zijn strijkkwartetten een aparte plaats in. Ze zijn warm, gastvrij, nooit somber, nergens saai en op een speelse manier grillig en wendbaar. Quartetto di Venezia is erin geslaagd om deze cyclus van hun stadgenoot met een frisse en technisch hoogwaardige opname verder te laten leven.

MALIPIERO
The String Quartets
Quartetto di Venezia
Dynamic CDS7976.02 (2 CD’s) 2u05’
Deze recensie verscheen eerder in Luister no. 778
Witold Lutosławski
Ondanks dat Witold Lutosławski (1913-1994) werd overschaduwd door zijn landgenoten Górecki en Penderecki heeft hij met een combinatie van kleurrijke harmoniëen en speels gebruik van contrapunt een unieke stem ontwikkeld. Op een nieuwe CD prijkt zijn relatief lang Concerto, bekend om de hapklare delen Intrada, Capriccio en Passacaglia. De structuur is transparant, het hoofdthema verwijst naar Pools folklorisme. Het orkest paart verfrissende nieuwsgierigheid in het openingsdeel aan vrolijkheid in het daaropvolgende scherzo om de luisteraar warm te maken voor het langste derde deel. De harp en de contrabassen nemen het hoofdthema voor hun rekening. Onder leiding van Nicholas Collon komt Lutosławski’s meesterschap in orkestratie volledig tot zijn recht.
Christian Tetzlaff soleert in het vijfdelige Partita (1988). De lakmoesproef ligt in het derde deel (Largo) waarin de violist fijnzinnigheid en subtiliteit moet inzetten om naar de kolossale finale te komen. Hij slaagt met glans, en dat wil wat zeggen omdat hij moet opboksen tegen solistische neigingen van andere secties.
De CD sluit af met het korte verhaal Novelette voor orkest uit 1979, een voorloper van zijn 3e Symfonie, geschreven op verzoek van cellist Mstislav Rostropovitsj. Ook hier ligt het accent op het laatste deel (Conclusion). Zijn handelsmerk is ook nu: gedetailleerd en vormvast.

LUTOSŁAWSKI
Concerto for Orchestra, Partita for Violin and Orchestra, Novelette
Christian Tetzlaff, viool
Finnish Radio Symphony Orchestra o.l.v. Nicholas Collon
Ondine ODE 1444-2 60’17.
Deze recensie verscheen eerder in Luister no. 778